Frits Hendriks






kandidaat-raadslid Nijmegen

Het gaat om mensen

Frits Hendriks

Waarom ik kandidaat ben voor PvdA Nijmegen? Een goede vraag.
Hier geef ik elke week een stukje van het antwoord.

Nijmegen wordt zó mooi! Dat was de slogan toen ik in onze stad kwam wonen. Er is veel veranderd, verbeterd, en het gaat maar door met vernieuwing. Het is mooi dat Nijmegen nog mooier wórdt, maar ik heb liever dat het voor iedere Nijmegenaar nu al een best mooie stad ís.

De afgelopen twee jaar heb ik honderd sollicitatiebrieven geschreven. Na vijfentwintig gesprekken heb ik nu een baan van 0,3fte. Om moedeloos van te worden. Ik kan zoveel meer. Dat doe ik ook wel in vrijwilligerswerk, maar dat is niet betaald. Zoals ik zijn er veel meer mensen. Die wil ik helpen om mee te kunnen blijven doen.

Ontmoetingen

Inspiratie ligt op straat.
Hier schrijf of spreek ik elke week over een Nijmegenaar die ik ontmoet heb.

In een tjokvolle trein was één viertje helemaal leeg. Dat viel me meteen op, dus ik stormde erop af: plaats!
Twee stoelen bleken toch bezet. Er lag een man ineengedoken. Hij had sjofele kleren aan, donkere haren en huid, een gegroefd gezicht. Licht rook hij naar zweet en bier. Ik snapte waarom er niemand zat. Ook ik schrok, maar ging toch zitten. Niet uit goedheid, maar omdat ik vond dat ik niet meer terug kon.
Eerst keek ik strak voor me uit, daarna op mijn papieren. Na een tijd durfde ik mijn ogen op de man te richten. Hij keek niet terug. Wel prevelde hij af en toe iets voor zich uit, in een voor mij vreemde taal. Soms lachte hij, met lange uithalen.
Zo zaten we schuin tegenover elkaar. In theorie wil ik graag met iedere mens samenleven. Het gaat immers om mensen, nietwaar? In de praktijk vond ik het moeilijk om met deze man in de trein te zitten, ongemakkelijk. Nu negeer ik in het algemeen de meesten van mijn medepassagiers. Bij hem leek dat echter wreed, alsof ik hem zijn plek in deze wereld niet zou gunnen.
In deze gedachten ronddraaiend, kondigde de conducteur het volgende station aan. De man sprong meteen op en liep weg.
Recht op zijn doel af.

In het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis was er een open dag. Machtig interessant vond ik het. Hoewel ik niet tegen bloed en naalden kan en bij elke sterfscène in een film misselijk word, zie ik ziekenhuizen als een plaats waar mensen beter worden.
Dat was niet het geval met de jongen -eind twintig, schat ik- die ik buiten ontmoette. Hij was ongeneeslijk ziek. De naam van zijn aandoening mompelde hij voor zich uit; daarvoor had hij me niet aangesproken. Hij moest zo veel. Artsen wilden hem behandelen en wilden weten of hij pijn had. Verpleegkundigen wilden hem verzorgen en vroegen steeds of ze iets voor hem konden doen. "Lief bedoeld, maar je zou ze..." En dan moest er vanalles en nog wat geregeld worden, UWV, woningbouw, gemeente of welke instantie dan ook. Zijn moeder had dat van hem overgenomen, maar ja, dan mocht ze ook vragen hoe het met hem ging. En dan was het zíjn taak om haar gerust te stellen.
"Ik wil gewoon met rust gelaten worden!" Hij schreeuwde het bijna, "is dat zoveel gevraagd?" Geef daar maar eens een antwoord op. Het werd even angstig stil. "Helemaal alleen?" vroeg ik dan toch maar. "Nee, ik heb wel mensen nodig, hun warmte, dat ze er zijn. Meer niet. En verwacht van mij niets meer. De tijd dat ik iets terug kon doen, is nu wel voorbij."

Op werelddierendag, het feest van Sint Franciscus, liep ik een dierenwinkel binnen. Een hond lag dromerig voor het raam. Het was er rustig. De joviale winkelier had alle tijd om mij zijn assortiment te tonen. Ik sputterde dat ik eigenlijk alleen maar kwam kijken wat er zoal te koop is. Ik heb geen huisdieren. Toch wilde de dierenhandelaar mij alles laten zien. De winkel was zijn trots. Hij had niet zomaar hondenvoer; hij was een specialist in diervoeding.
Vanuit zijn vak zag hij dat er steeds minder honden en katten zijn in Nijmegen. "Van alle jonge gezinnen aan de overkant van de straat heeft er niemand een huisdier, zelfs geen hamster. Dat was toen ik jong was wel anders. Iedereen had een diertje en je leerde ervoor zorgen. Hoe leer je dat nu? Ik denk dat de wereld baat heeft bij huisdieren. En dat zeg ik niet alleen uit eigenbelang."
Uitgelachen sprak hij verder over ouderen. Veel mensen zijn eenzaam. Dat los je natuurlijk niet op met een hondje, maar het helpt wel. Je moet het beestje verzorgen, het geeft warmte en is een klankbord. Bovendien moet je erop uit. Als je een hond uitlaat, heb je altijd aanspraak. Zo blijf je onder de mensen.