Christen zijn met hoofd, hart en handen

Als Jezus na zijn verrijzenis zijn leerlingen bezoekt, in de tijd tussen Pasen en Hemelvaart, toont Hij hun zijn handen. Durven de leerlingen op hun beurt de handen aan de Heer te tonen, hun handen te openen om te ontvangen, hun handen op te heffen om te geven?

In de tijd tussen Pasen en Pinksteren lezen we in de Kerk over de eerste missies van de apostelen. We horen de redevoeringen die Petrus houdt om het geloof uit te leggen. Hij vertelt hoe het in elkaar zit, hoe het oude van het jodendom zich verhoudt tot het nieuwe van Jezus Christus. Hij spreekt met name het hoofd aan. Ook lezen we uit de brieven van Johannes. Deze spreekt over God die liefde is en hoe wij ons naar die liefde kunnen keren. Hij spreekt met name het hart aan.

Het christendom lijkt vaak vooral te bestaan uit hoofd en hart. Onze vraag om te testen of iemand religieus is: Geloof je? Hecht je waarheid aan het verhaal dat verteld wordt? Zie jij deze als feiten? De geloofsbelijdenis met daarin minimaal twaalf artikelen heeft een grote positie in onze godsdienst. Je legt deze af bij belangrijke gebeurtenissen, doop, vormsel, wijding, benoeming als pastoor.
En dan hebben we natuurlijk van Jezus geleerd dat het niet alleen gaat om de letter van het geloof. Geloof je? spreekt niet alleen over het hoofd, maar ook over het hart. Hecht je je eraan?

Veel minder dan andere religies lijkt het bij het christendom te gaan om wat je doet. Toch toont Jezus na zijn Verrijzenis aan zijn leerlingen -en zo aan ons- zijn wonden in zijn lichaam, zijn zijde, zijn voeten en zijn handen. Hij zegt: Zó moet in vervulling gaan wat beleden werd door Mozes en de profeten. Wat beleden werd met hoofd en hart wordt vervuld in zijn lichaam, in zijn handen.

Als het gaat om diaconie en naastenliefde geven wij handen en voeten aan ons geloof. De statistieken blijven zeggen: kerkgangers doen meer vrijwilligerswerk en geven meer aan goede doelen dan niet-kerkgangers. Dus dat zit gelukkig helemaal goed.

Maar hoe zit het met het praktiseren van ons geloof in het kerkgebouw zelf? Zijn we in de kerk niet vooral met ons hart en ons hoofd bezig en vergeten we ons lichaam? Zitten lijkt de grondhouding. Staan soms: bij opening, Evangelie, geloofsbelijdenis, Onze Vader, zegen. Knielen bij de consecratie of in een Woord- en Communieviering bij het aanbiddings-moment. En uiteraard de Communie zelf: het meest lichamelijke van onze viering. Lopen, handen aanbieden, nemen, eten en teruglopen.

Een van mijn parochianen heeft mij wel eens toevertrouwd jaloers te zijn op mensen die iets extra’s doen, omdat ze denken dat dat goed is, nodig is, omdat dat opwelt in hun hart. Zeker op vakantie kunnen we in andere landen andere gewoonten aantreffen, waarbij het lichaam een veel grotere rol speelt bij het belijden van het geloof.

Op Palmzondag mocht ik meevieren met de kinderen van onze parochie. We zongen “Daar komt de grote optocht aan” en zwaaiden Jezus met palmtakken toe. En bij “Zit je deur nog op slot?” maakten we er gebaren bij: op je hart kloppen, een deur openen, de handen naar de Heer heffen en een dakje boven je hoofd maken. We zongen met ons lichaam. In het begin was ik een beetje bevreesd om het te doen. Maar ik had een voorbeeldrol om alle kinderen over de streep te trekken. En over de eerste barrière heen, leidde het kinderlijk enthousiasme mij in deze dans.

Bij de Clarissen en Franciscanen had ik wel al eens meegedaan met sacrale dans, een kringdans bij een lied. Ook had ik er ooit bij het Onze Vader mijn armen omhoog bewogen tot aan “op aarde zoals in de hemel”, en dan weer omlaag. Het hele gebed kreeg er een nieuwe dimensie door.
Ik moet denken aan een lofprijzing met de gemeenschap Emmanuel, waar geklapt wordt en handen geheven. Het was moeilijk om zo in beweging te komen, maar uiteindelijk na schuchter proberen, zong mijn lichaam uitbundig mee.
En bij een televisiemis zag ik de doventolk bij het Alleluia heel vreugdevol bewegen. Ik ging meteen meedoen in de veilige omgeving van mijn huiskamer. Er was niemand om het raar te vinden, dus ging ik er steeds meer in op. Het was heerlijk. De vreugde van Pasen kwam mijn lichaam binnen.

Rond het Onze Vader zien we vaker verschillende houdingen van mensen. Je kunt de handen heffen in orante-houding, zoals priesters doen; of de handen tonen of openen om de genade te kunnen ontvangen. Die bijzondere lichaamshouding onderstreept het belang van dit gebed in onze vieringen.
Probeer het eens uit. Niet om dat vanaf nu altijd te doen, maar als test. In navolging van de Heer, onze handen te tonen. Wees niet bang, want anderen letten niet op je; ze bidden en misschien doen ze hetzelfde.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: