De Kerk heeft rafelranden nodig

Recent was in het nieuws dat de Katholieke Kerk zich terugtrok uit een Oecumenische gemeenschap in Amersfoort. Dat is jammer voor de oecumene, omdat die daar werd geleefd. Maar vooral jammer, omdat er daarmee weer een plaats van experiment verdwijnt. [1]

Onze Katholieke Kerk is groot en er zijn duidelijke regels en richtlijnen. Het is belangrijk dat iedereen zich daaraan committeert. Toch biedt die grootte ook mogelijkheden voor creativiteit. De Kerk heeft duidelijke centra en periferieën. Bij de centra denk ik eerst aan Rome, dan aan de lokale kathedraal, dan aan het parochiële Eucharistisch centrum. Daar moet men de grote lijnen toch wel volgen. En dan heeft een vreemd beeld bij het altaar in de Sint-Pieter nog eens een andere waarde dan een kerststal die de halve kathedraal opslokt in een Nederlandse bisschopsstad. Maar in wat niet het centrum is, zou nog meer mogelijk moeten zijn. De periferie heeft haar eigen bestaansrecht.

Zeker in een gemeenschap met een onzekere toekomst, zoals de Nederlandse Kerk, zijn er plekken nodig waar geëxperimenteerd kan worden, waar nieuwe wegen kunnen worden uitgeprobeerd. De PKN heeft dat begrepen met haar pioniersplekken, maar in de Katholieke Kerk lijken ze steeds meer te verdwijnen. De studentenkerken waren van oudsher zulke plekken waar we ons als Kerk konden oefenen in de omgang met andersdenkenden en anderslevenden, waar nieuwe vormen van liturgie werden uitgeprobeerd.

Van de andere kant snap ik ook wel de moeilijkheid van dit soort plekken. Zeker als bisschop lijkt het me moeilijk. Als ik ergens verantwoordelijk voor ben, is mijn tolerantie voor rafelranden ook opeens een stuk kleiner, dan als anderen die last dragen. Dan wil ik overal achter kunnen staan, op alles mijn goedkeuringsstempel zetten. En het gaat in de Kerk niet om zomaar een bijkomstigheid, maar om het heil van iedere mens, een zaak van leven en dood.

Damascuspoort Jeruzalem – Wikimedia Commons

Toch roept Lumen Gentium ons op om de Kerk te zien als eenheid in verscheidenheid. Ja, die eenheid, dat bij elkaar horen is heel belangrijk, maar de verscheidenheid heeft een eigen plaats. En die wordt niet gewaardeerd met enkel kerkelijke eenheidsworst. Ik moet denken aan de stad Jeruzalem met haar vele poorten. Vanuit elke uithoek van het land kwamen de verschillende stammen van Israël tot eenheid in het heilige centrum.

De Kerk heeft rafelranden nodig. Niet in het centrum, maar wel in de periferie. Ik herinner me van een priester de uitspraak: De Kerk is altijd breder. Helaas is het opheffen van een oecumenische samenwerking de Kerk op haar smalst. Of het verbieden van vieringen voor een bepaalde doelgroep, of dat nu homoseksuelen of tridentijnen zijn. Ik denk nog aan charismatische gebedsgroepen of christelijke meditatie.

Deze periferieën -waar ze zich ook bevinden- zijn nodig als experimenteerruimtes en als belangrijke toegangspoorten. Alleen zo kan de kern van de Kerk het centrum blijven, toegankelijk voor iedere mens, waar deze zich ook bevindt.

[1] Ik grijp dit nieuwtje aan om een breder verhaal te vertellen; ik weet van de situatie ter plaatse te weinig af om daar een mening over te vormen. Lees anders Fokke Wouda, Koester gemengde kerkgemeenschappen: oecumene is het hart van de katholiciteit, Nederlands Dagblad, 3 mei 2021.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: