Paus Franciscus of Moraal als leerproces

Hoogleraar Paul van Geest schreef in zijn column voor het Nederlands Dagblad over paus Franciscus’ houding ten opzichte van een aspect van de katholieke moraal. Van Geest wekt de indruk dat je een gespleten geest nodig hebt om de paus te kunnen volgen. Deze combineert namelijk een vastgesteld ideaal met een bemoedigende houding naar mensen die niet aan dat ideaal voldoen. De verklaring hiervoor zoekt Van Geest in een dubbel spreken van de paus. Van de ene kant heeft deze thomistische tendenzen waarin de natuurwet de ideale relatie laat zien. Aan de andere kant heeft hij een evangelische benadering, in navolging van Jezus, waarin tederheid en barmhartigheid de boventoon voeren. Van Geest lijkt te suggereren dat de paus soms met de ene tong, dan weer met de andere spreekt. Hij noemt het onduidelijk. Het lukt de professor blijkbaar niet om een ferm ideaal en een vriendelijke houding met elkaar te verzoenen zonder een moeilijke redenering op te hangen over twee botsende visies op moraal. [1]

Wellicht mis ik iets fundamenteels -ik ben immers geen hoogleraar aan meerdere universiteiten- maar is het spreken van de paus niet op een andere manier te verklaren? Zou de paus niet toch een eenduidige visie kunnen hebben op de katholieke moraal? Volgens mij wel. De paus spreekt mijns inziens maar met één tong, die van de leraar. [2]

Wat bedoel ik daarmee? Laten we een voorbeeld bekijken: Hoe leer je mensen spellen? Ten eerste (in principe) hebben we een spelstandaard, een ideale manier van spellen, die ligt vast en is voor iedereen opzoekbaar. Dan nemen we als doel dat onze leerlingen deze standaard kennen en kunnen toepassen; daar werken we naartoe. Daarna proberen we op verschillende manieren leerlingen te bewegen tot het gebruik van die standaard; dat noemen we (het faciliteren van) het leerproces. We leggen bijvoorbeeld uit waarom het goed is om die standaard te volgen, we laten de schoonheid ervan zien, we laten het gemak ervan zien, en de structuur, we doen spelletjes, geven opdrachten en toetsen, kortom we stimuleren onze leerlingen actief met het spellingsideaal aan de gang te gaan.

Stel nu dat een leerling die spelstandaard maar niet onder de knie krijgt. Wat vinden we dan van die leerling? Vinden we deze leerling dom? Vinden we deze leerling lui? Of zien we dat deze leerling niet aan de standaard voldoet en proberen we het op een andere manier? Volgens mij dat laatste. En als het dan nog niet lukt zeggen we iets als: aan deze doelen kun je niet helemaal voldoen, maar je bent wel een supersympathieke jongen, of een meisje met andere talenten.

Niet iedereen heeft talent voor hetzelfde. Dat betekent niet dat we de standaard opheffen, maar wel dat we begrip hebben voor mensen die niet aan dat ideaal voldoen. We hebben allemaal wel standaarden waar we niet aan voldoen; en kunnen we überhaupt idealen honderd procent meester zijn? Ook de beste speller maakt fouten; het Groot Dictee der Nederlandse Taal is slechts één keer foutloos gemaakt.

Natuurlijk gaat de vergelijking van spelling met het morele leven ergens mank. Dat doen vergelijkingen nu eenmaal, maar kunnen we het niet heel lang volgen? En ik weet dat er verschillende visies zijn op leren en opvoeden, op hoe we de stof dus moeten brengen. In de pedagogische wetenschappen zijn echter toch wel wat conclusies te trekken. Bijvoorbeeld dat straffen minder goed werkt voor leren dan belonen. En uit eigen ervaring als student weet ik dat ‘er blijmoedig en actief mee bezig zijn’ belangrijker is, dan welke leerstrategie ook.

Als leraar heb ik drie elementen voor een goed leerklimaat als cruciaal aangeduid.
Ten eerste dat een leraar er zelf in gelooft; dat hij de schoonheid, waarheid en goedheid van de leerstof ziet en er elke dag nog met plezier mee leeft en speelt.
Ten tweede dat er een hoge en duidelijke standaard is, zodat iedereen weet waar naartoe te werken is.
Ten derde fundamentele bemoediging naar de lerende mens: overbrengen dat je gelooft dat deze mens hoe dan ook een mens is, dat deze het ideaal kan halen en elke stap in de goede richting (of in welke groeirichting ook) steunen.

Is dit niet precies wat paus Franciscus steeds weer poogt te doen? Ik voel me in ieder geval door hem bemoedigd op mijn levensreis om de schoonheid, waarheid en goedheid van de katholieke moraal te ontdekken, zonder dubbelheid.


[1] Paul van Geest, De paus en homorelaties: een opvallend paradoxale benadering, 12 juni 2021, Nederlands Dagblad.

[2] Natuurlijk is het mijn eigen geschiedenis van werken in het onderwijs die mij pedagogiek en didactiek laat zien in alles in mijn leven. En ooit hield ik een voordracht op een promovendiconferentie over God als pedagoog, waarin ik een poging deed om de pedagogiek van Lev Vygotski en de theologie van Edward Schillebeeckx met elkaar te combineren tot een nieuw godsbeeld. De toehoorders (het waren er vier) deden hard hun best mijn verhaal te volgen. De eerste vraag na mijn verhaal was: “Waarom is dit godsbeeld beter dan de andere die we al hebben?” Het kostte me moeite om de vraag te begrijpen, omdat het voor mij altijd ging om een aanvulling, mijn beeld van God als pedagoog doet niets af aan andere beelden van God. Het zorgt er alleen voor dat ik een nieuwe ingang heb tot het grote mysterie.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: