Vrij spelen

Voor de Olympische Spelen en het Europees Kampioenschap voetbal voor mannen had ik mezelf beloofd het toernooi niet te gaan volgen. Bij het voetbal is me dat aardig gelukt, maar na enkele dagen Spelen zette ik mijn wekker midden in de nacht om met half open ogen op mijn telefoon te kijken naar een rondje hordenlopen. Wat is er gebeurd? Waarmee werd ik bezeten? En wat heeft het mij te zeggen?

De reden voor mijn boycot was doorgedreven commercialisering. De Spelen moesten per se doorgaan, ondanks de coronapandemie die wereldwijd nog lang niet tot een stop is gekomen, gewongen door allerlei vooral financiële belangen. En voetbal, tja, daar wordt al jaren niet meer met de voeten gespeeld, maar met de centen. De volkssport en het straatvoetbal zijn big business geworden.
Toch heeft het nog altijd de kracht om mensen te verenigen. En zeker bij de Olympiade zag ik dat gebeuren. Dat er zoveel mensen op de wereld bestaan, met zoveel verschillende culturen en sporten. Waar zie je dat? En hoe vaak heb ik nog aan bijvoorbeeld Oeganda gedacht de laatste tijd? Sinds de finale 5000 meter bij de mannen een stuk vaker dan in het afgelopen jaar. En dan zien we in Nederland nog maar een fractie van de sporten en sporters.

De Nederlandse televisie spitst zich heel erg toe op de Nederlandse kandidaten. Dat is begrijpelijk, want je moet ergens een keuze maken. Veel gebeurt er door elkaar heen, er zijn weinig momenten waarop je vrij kunt kiezen. Bij een hele hoop van die sporten zou ik dat overigens ook niet willen. Zeker de nieuwe varianten van bestaande sporten en de nieuw bedachte sporten, zoals skateboarden, vaak enorm jury-gedreven, hoeven van mij niet zo. Deze Spelen ben ik ook hockey en judo idioot gaan vinden. De jurybeslissingen bij het judo begrijp ik niet meer en het commentaar legde het mij ook niet goed genoeg uit. En hockey wordt blijkbaar steeds harder en gevaarlijker. Niet alleen kon ik die bal al nooit volgen, maar de sporters worden door allerlei beschermingsmiddelen steeds grover ingesnoerd. Dat maakt de sport voor mij minder sympathiek. Het moet geen kermisnummer worden. Dat gevoel krijg ik wel altijd bij BMX. Het heeft iets spannends, en grappigs ook, maar het is vooral ook supersnel en met veel gevaar. Moeten we elkaar daarin proberen af te troeven?

Nog meer dan anders -aangevuurd door Oranjesucces zonder meer- heb ik daarom genoten van atletiek. Het lijkt mij de eerlijkste sport op de spelen. Wie gooit het verste? Wie springt het hoogste? Wie legt zo snel mogelijk 100, 200, 400, 800, 1500, 5000, 10000, 42195 kilometer af. Met zo min mogelijk hulpmiddelen, met zo min mogelijk gevaar.
Mijn absolute favoriet is al jaren de 800 meter. Wellicht omdat ooit een (lokale) scout mij een gouden toekomst op die afstand voorspelde. Misschien omdat we in Nederland in mijn jonge atletiekjaren één vedette hadden: Rob Druppers, 800-meterspecialist. Ik had zijn handtekening vroeger op mijn kamer, een op een blanco blaadje en een op een door Nike gesponsorde fotokaart. Maar toch denk ik vooral dat de 800 meter zo aanspreekt, omdat het een wedstrijd is die goed te volgen is, maar toch ook weer niet te lang duurt. De verschillende tactieken zijn te snappen. Je ziet En wellicht is ook belangrijk dat ik me het gevoel kan voorstellen, omdat ik zelf -lang geleden- aan atletiek heb gedaan. Bij die wedstrijden bonst mijn hart -ongeacht de deelnemers- in mijn keel. Ik heb het gevoel er zelf bij te staan.

Die zenuwen voor het startschot, vooral bij jeugdwedstrijden, zitten nog in mijn lichaam opgeslagen. Hoewel elke 1000 meter, dat was de jeugdafstand, precies hetzelfde verliep. Als een soort Sifan Hassan zocht ik altijd de laatste positie in het deelnemersveld op, om dan in de slotmeters de voorlaatste deelnemer in te halen. Dat werkte altijd. Ik ben slechts één keer als laatste geëindigd, maar dan wel ex aequo. Wellicht had ik het eens als Hassan wat eerder moeten proberen, dan was ik misschien ook eens vooraan geëindigd. Mijn beste prestatie op de 1000 meter ooit was tweede, achter Rik, bij de clubkampioenschappen van Atletiek Vereniging Heythuysen.
Ik kan me nog herinneren dat ik ooit bij een 1000 meter per ongeluk op kop terechtkwam bij de start. Mijn benen liepen onder mij en dat deden ze heel erg goed. Toen ik dat besefte, raakte ik een in paniek en nam ik de controle weer over. Ik zakte weg in de groep om uiteindelijk op een na laatste te worden. Mijn vader had het verbluft aangezien: je ging zo goed. Waarom liet je je terugzakken? Ik wist het niet. Zo deed ik het altijd.

Dafne Schippers; inmiddels is ze door lichamelijke problemen een stuk minder ontspannen

Vele jaren later ontdekte ik dat ik nooit vrij liep, nooit ontspannen, maar altijd verkrampt. Pas toen Gregory Sedoc over Dafne Schippers zei dat juist haar ontspanning haar snelheid gaf, ben ik het eens gaan proberen. En het werkte. Ik zweefde, over de atletiekbaan van de Nijmeegse universiteit of over een afgelegen veldweggetje. Al herkende ik ook meteen de paniek, want niet ik liep, maar mijn benen liepen met mij. Snel pakte ik de controle weer terug.

Waarom eigenlijk? Want het waren mooie momenten, van grote vrijheid. Gaan, zonder nadenken. En je hebt er zo weinig voor nodig, geen dure investeringen of dwingende sportschoolabonnementen. Laat ik de loopschoen oppakken en me -in alle vrijheid- voorbereiden op Parijs 2024.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: