Rij je eigen wagen

Als ik bij iemand in de auto zit, op de bijrijdersstoel, dan rijd ik mee. Ik kijk mee, ik rem mee, ik erger me kapot en sta doodsangsten uit.

Dat is een familieding; we zijn nu eenmaal van de voorzichtige en angstige bij ons thuis. Uiteraard is er een uitzondering die de regel bevestigt, maar mijn angsten zijn mij met de paplepel ingegoten. Ik reageer(de) panisch op wespen, ik heb hoogtevrees op onnavolgbare plaatsen (op roltrappen bijvoorbeeld) en zet glazen liefst midden op tafel en niet binnen een meter van de rand. Ook in de auto ben ik voorzichtig en probeer ik anderen tot voorzichtigheid te manen.

Nu moet ik dat nuanceren. Op een weekend met vrienden in de Ardennen zat ik bij drie mannen in de auto. Bij een Formule 1-waardige rijder, bij een bedaarde huisvader en bij H., mijn beste vriend. Bij de coureur heb ik maar een keer “Pas op!” gezegd, toen we wegreden van een parkeerplaats, niet toen we met 120 kilometer per uur een haarspeldbocht namen. Bij de rustige rijder helemaal niet, maar die gaf daar dan ook geen enkele aanleiding toe. Al moet ik ook deze nuance weer nuanceren, want bij beiden zat ik achterin, een plaats die ik wel zo veilig vind.

Alleen bij H. zaten we samen in de auto, en dus zat ik voorin. Soms reed ik, soms hij. Ook hebben we samen in een supercomfort kano op de Lesse rondgevaren. Hij voorop, ik achterop. Dat waren plezierige tochten, zolang ik maar aan het stuur zat. Zodra H. zich ermee ging bemoeien, was het verschrikkelijk. Voordat we in de kano stapten had ik -met mijn eenmalige kayak-ervaring- reeds gezegd dat degene die achterop zit, stuurt. Maar zodra H. vond dat we op de wal aan het afkoersen waren, stak hij zijn peddel in het water om tot stilstand te komen. Terwijl ik juist bezig was om onze boot met de ideale lijn door het water te krijgen. Frustrerend! Elke keer konden we weer opnieuw snelheid maken en moest ik hem ervan weerhouden bij te sturen.

In de auto was het niet veel beter. H. rijdt objectief aantoonbaar -vind ik dan- verschrikkelijk. En dus had ik alle recht om aanwijzingen te geven over het houden van afstand, gas loslaten als je op een file afkoerst, rechts rijden, dan wel op de linkerbaan blijven. In geval van nood probeerde ik volkomen terecht hard op de -niet aanwezige- rem te trappen. Op een gegeven moment riep H. op een drukke snelweg uit frustratie: “Houd op met meerijden!” Om te laten zien dat ik een verstandig mens ben, ben ik toen toch maar wat gaan schaken op mijn mobiel, twitteren en de statistieken van deze site gaan checken. Ik dacht dat niet te kunnen -mijn concentratie van de weg halen- vanwege het continue gevaar om mij heen, maar het lukte wonderwel. Pas als ik mijn hoofd weer omhoog zette, sloeg de angst me om het hart en wilde ik remmen.

Ergens tussen de schaakstukken drong tot me door dat H. in de kayak dezelfde angsten moet hebben uitgestaan als ik, en dus acuut afremde. Ook moest ik denken aan een wijsheid uit het klooster, die ik meen regelmatig ter harte te nemen: Bemoei je niet met wat niet je taak is. Dat betekent dat je niet overal je invloed kunt laten gelden, maar ook dat je niet overal een mening over hoeft te hebben, dat je je niet overal verantwoordelijk voor hoeft te voelen, in de samenleving of op het werk. Waarvoor je niet bent aangesteld, daarover hoef je je ook niet druk te maken. Dat geeft rust en zo houd je tijd over.

Als ik rijd, is rijden mijn taak. Als H. rijdt, is het zijn zaak. En heeft H. ooit een ongeluk gehad? En ik? Ander onderwerp. Ik ga schaken. Of schakelen in mijn eigen auto. Zonder doodsangsten, maar met gezonde spanning.

Een eigen auto om in te rijden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: