Wees niet bang: over godsdienstvrijheid in crisistijd


Ongeveer een jaar geleden schreef ik in het kader van een online symposium van de Faculteit Kerkelijk Recht van KU Leuven een korte visie op godsdienstvrijheid. De verwijzingen zijn niet altijd duidelijk, omdat ze betrekking hebben op wat besproken is. Maar nu we weer worden beperkt in onze bewegingsvrijheid, lijkt het me toch goed weer eens na te denken over de vrijheid die aan kerken gegeven wordt om zelf te bepalen mee te doen met de beperkingen in de samenleving of niet.

Wanneer gelovigen de godsdienstvrijheid inroepen, wordt ze meteen angstig afgeschaft. Stefan Paas legt in Nederland steeds weer uit dat de godsdienstvrijheid er juist is voor het moment dat ze problematisch wordt. Normaal gesproken heeft niemand last van dit grondrecht. Iedereen gaat zijn eigen gang. Maar als het begint te schuren, als een groep mensen meer rechten lijkt te hebben, dan is zo’n expliciete vrijheid voor het belijden van een (wellicht onbegrijpelijk) geloof in forum in- én externum van belang. Als andere grondrechten niet genoeg ruimte bieden, is er als ‘last resort’ de godsdienstvrijheid.
Maar discrimineert de overheid dan niet als ze godsdiensten meer vrijheid toekent? Ten eerste zal de overheid altijd discrimineren, onderscheid maken. Een mooi voorbeeld in deze tijd is het verschil tussen essentiële en niet-essentiële winkels. Daar blijft altijd debat over. En dat is bij de vrijheden niet anders. Discussie an sich is dus geen probleem.
Ten tweede is er volgens Paas, maar ook volgens Raf Geenens iets bijzonders aan de hand, want “de godsdienstvrijheid, zoals wij die geïnstitutionaliseerd hebben, is niet neutraal. Ze impliceert de collectieve erkenning dat religieuze gevoelens van een speciale orde zijn.”
En precies daar zit het probleem. Deze collectieve erkenning ontbreekt op dit moment in onze samenleving. De Belgische (en in mindere mate de Nederlandse) bisschoppen lijken daarop ingespeeld te hebben door zich niet te beroepen op deze status aparte van religie. Ik vind dat terecht. Geenens mag dan opmerken: “Heel wat mensen begrijpen niet meer wat religie is en hebben elke voeling verloren met de manier waarop religie verweven is met het leven van gelovige individuen en groepen. En wat je niet begrijpt, daar wil je geen rechten aan geven.” Dat betekent niet dat gelovigen, die er wel iets van weten, zich willen beroepen op een status die godsdienst in onze samenleving niet (meer) inneemt.
Met groot respect en interesse beluister ik uiteenzettingen van juristen over de godsdienstvrijheid in de IVBPR, het EVRM en de Italiaanse grondwet. En ik zie dat deze vrijheid meer beschermd is dan andere grondrechten. Maar ik wil me er niet op beroepen. Nu ben ik -dat besef ik- in een gelukkige positie. Ik verblijf in vrije landen en niet in bijvoorbeeld Syrië, waar je als katholiek óf door een dictator óf door een terreurbeweging wordt onderdrukt.

Op 24 november -Red Wednesday en de gedachtenis van de martelaren van Vietnam- maakte ik blij, want godsdienstvrij, een selfie in de kerk.

Ik zou echter voor de situatie in de lage landen de juridische mogelijkheden willen laten voor wat ze zijn. Die zullen de Kerk niet helpen, want zij functioneert niet in een juridische wereld, maar in de samenleving zoals die is. En hoe kan de Kerk daarin een rol spelen? Als mens onder de mensen, meen ik. Heel de wereld keek op 27 maart naar het lege Sint-Pietersplein waar paus Franciscus sprak: “Wij zijn allemaal bang en eenzaam.” Rik Torfs noemde hem daar minder katholiek en meer mens. En heel de wereld ontving van hem de zegen Urbi et Orbi. Hij was een voorbeeld hoe we met deze crisis kunnen omgaan. Voorbeelden spreken meer dan welke geloofs- of rechtsaanspraak dan ook. Zelfs oud-prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer Müller heeft dit ooit aan Rik Torfs toevertrouwd. Daarom is de kritiek van Lucetta Scaraffia dat de Kerk te weinig een verticale dimensie liet zien onterecht. Juist in het horizontale, menselijke voorleven kan de religieuze oriëntatie oplichten, meer dan in vrome praatjes.
Ik sluit me liever aan bij Silvio Ferrari. Hij prees de Kerk in Italië dat ze geen gebruik maakte van de grondwettelijk zeer ruime godsdienstvrijheid, omdat ieder mens snapte dat strenge maatregelen nodig waren, ook een verbod op publieke erediensten. Hij ging zelfs verder. De reden van een publieke bijeenkomst zou eigenlijk nooit moeten uitmaken, enkel de uitvoering. Of je nu samenkomt om God te eren of om ‘death metal’ te beleven maakt niet uit. Wel hoe je daarbij aanwezig bent: met respect voor ieders gezondheid of luid zingend op hele noten.

Is daarmee de godsdienstvrijheid verleden tijd? Ik denk het niet. De overheid bepaalt al jaren de toegang tot religie bij sommige groepen in onze samenleving. Gevangenen en patiënten in zieken- en verzorgingshuizen zijn afhankelijk van hun bevoegd gezag. Paradoxaal is er op die plaatsen wellicht méér vrijheid. Martijn Steegen vertelde hoe in UZ Leuven er al langer creatief werd omgegaan met de eredienst. Aanpassen aan de nieuwe situatie was dan ook snel gedaan. Gevangenispastor Zuijdwegt had daarmee meer moeite. Hij hekelde vooral de priesters die meteen stopten met alle publieke activiteiten. Leken bleven verstoken van de canoniek verplichte bijstand door sacramenten, terwijl bedienaars privé nog wel aan hun trekken konden komen. Hij noemde dit klerikalisme. In mijn ogen is het vooral een schrijnend gebrek aan durf en creativiteit. Men ervaart blijkbaar te weinig vrijheid bínnen de godsdienst. Priesters worden door de Kerk strikt gedirigeerd bij de uitvoering van sacramenten. Nee, biechten kan niet digitaal en dopen komt heel nauw. Over de Eucharistie doet men al helemaal panisch. Kan dat echt niet bij een gezin aan de keukentafel? Er is angst om te experimenteren. In parochies kwam men maar heel langzaam op gang met nieuwe zaken; al lijken ze nu te beklijven.
Maar we moeten verder kijken. Pastoor Herbert Vandersmissen haalde parochianen aan die het idee hadden zonder Eucharistie hun godsdienst niet te kunnen belijden. Hoe hebben catechese en geloofsgesprek ontbroken of gefaald! Het is waar dat de Eucharistie de Kerk constitueert, maar dat wil niet zeggen dat er buiten de Eucharistie niets is. Dat de sacramenten een bevoorrechte wijze van heilsbedeling zijn, wil niet zeggen dat Gods genade niet daarbuiten kan werken.

De Kerk (instituut en gelovigen) zit opgesloten in een angstig, strak korset. In plaats van godsdienstvrijheid op te eisen in onze samenleving, zouden wij meer ruimte moeten creëren in eigen kring.

Nu, een jaar later, zou ik het laatste deel wat voorzichtiger opschrijven. Al hoort het bij het genre om een en ander wat scherper en vatbaarder voor discussie neer te zetten, dan je het zelf in de praktijk kunt waarmaken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: