Oefeningen in hoop

Hoe meer mensen ik spreek, hoe meer mensen hetzelfde voelden bij de laatste persconferentie van Rutte, De Jonge en Van Dissel. Buikpijn. Aargh!

Terwijl we zo heerlijk op weg waren naar Kerstmis, dat feest vol vreugde, rond het kind uit de buik van Maria. En in de aanloop daarnaartoe horen we dat zij op bezoek gaat bij haar nicht Elizabet die ook in verwachting is. Haar kind springt bij die ontmoeting van vreugde op in haar schoot.

De vreugdevolle, verwachtingsvolle buik en de buikpijn van alweer een lockdown, dreigende infecties en geen enkel perspectief dat het ooit op zal houden. Hoe kun je die bij elkaar brengen? Die hoop en die wanhoop.

Gelukkig kent onze traditie de Advent, en dat is altijd al een poging geweest om ons geleidelijk naar het feest van Kerstmis, dat feest van Hoop te brengen. Vanuit onze dagelijkse strubbelingen, vanuit de dingen die maar niet lijken te veranderen maken we jaarlijks een opgang naar de Heer. Maar dat proces is nu wel zeer wreed verstoord, zo bijna aan het eind van die voorbereidingstijd, met al deze corona-ellende erbij. Hopelijk kan wat de traditie ons geeft aan oefeningen ons deze laatste dagen toch weer op weg helpen.

Ten eerste geeft onze traditie ons het Rorate Caeli, het Adventslied bij uitstek en een van de mooiste liederen tout court. De muziek en de tekst leiden ons.
Het begint Rorate: het rommelt in de diepte. Rorate caeli desuper: Dauwt (en dan omhoog in toon en beeld) hemelen daarboven, et Nubes: en wolken, pluant justum: regent (als regen naar beneden) de rechtvaardige.
Het lied leidt ons vanuit ons ‘terneergeslagen zijn’ naar boven, naar het hemelse, naar de Heer om dan weer terug op aarde te keren. Hopelijk als een veranderd mens. Dat zal niet in een keer gebeuren, als we die beweging al zingend maken. Het lied wordt dan ook de hele advent al gezongen.

Een andere oefening geeft een ander lied: Veni, veni, Emmanuel of O kom, o kom Emmanuel. Het begint wat melancholisch, terugverlangend naar een andere tijd toen we nog vrij waren:
O kom, o kom, Emmanuel,
verlos uw volk, uw Israël.
Herstel het van ellende weer,
zodat het looft uw naam, o Heer.
Het is vanuit de diepten een verlangen naar verlossing, maar het blijft wat hangen. Dan gaat het de hoogte in: Weest blij, weest blij, o Israël. We worden ópgeleid in vreugde. Weest blij, weest blij, o Israël. Hij is nabij, Emmanuel. We worden opgericht en dan als een sneeuwvlokje, een witte Kerst, dwarrelend op aarde gezet, hopelijk als een veranderd mens. Het zal niet in een keer gebeuren, maar het lied wordt dan ook de hele laatste week van de advent gezongen.

Een derde oefening is de Boom van Hoop. Ook dit jaar toveren we in onze parochie de loofbomen op het kerkplein om tot een boom van hoop. Vanuit onze wanhoop, onze ellende, ons verdriet over wie overleden is of ernstig ziek, ons er niet meer tegen kunnen, vanuit onze diepte, onze zwaarte, ons verlangen naar wat maar niet komt, kunnen we een kerstbal beschrijven met waarop we hopen. En dan hangen we die hoog in de Boom.

Drie oefeningen die onze Moeder de Kerk ons geeft om in de Advent in de opgang naar Kerstmis, vanuit wanhoop naar hoop te gaan, vanuit onze buikpijn op te springen van vreugde.

Wat is jouw buikpijn, wat is jouw wanhoop?
En waar hoop je op?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: