Leren van dwarswegen

Peter Nissen keert terug in de schoot van de Moederkerk. [1] Zo’n twaalf jaar geleden meldde hij naar de Remonstranten uit te wijken, nu wordt hij weer wat hij altijd al was. Het is nieuws dat door velen wordt toegejuicht, door sommigen omdat de Katholieke Kerk nu eenmaal de Ware Kerk is, maar voor mij toch vooral omdat Nissen mijn (hoog)leraar is geweest en ik in hem meen te herkennen wat ik als kern van spiritualiteit heb aangereikt gekregen: God zoeken, altijd en overal, steeds weer opnieuw, zo oprecht mogelijk, wat de consequenties ook zijn.

Disclaimer: Dit stukje gaat over mij en de gedachten die ik heb bij het nieuws over Peter Nissen en zijn weg. Dat is heel erg HowCanIMakeThisAboutMe, maar wat kan ik anders? Ik kan alleen voor mezelf spreken en vanuit mezelf reflecteren op nieuws dat me raakt. Wel kan ik hier -als zoenoffer- een link toevoegen naar een mooi interview dat Jan-Willem Wits had met Peter Nissen voor het Nederlands Dagblad. [2]

Leren van wie je zijn voorgegaan

De reacties waren heftig toen Nissen twaalf jaar geleden zijn vertrek uit de Katholieke Kerk aankondigde. Ik liep toen als tweedekans-student Theologie rond op de Radboud Universiteit. Sommige reacties waren niet mals: “Maar goed dat die verrader van de ware katholieke zaak eindelijk zijn conclusies heeft getrokken.” Ik weet nog dat ik zelf zijn stap niet goed begreep: Moet dat nou allemaal zo demonstratief?
Al heb ik op Facebook iemand die zelf een hele weg had afgelegd gevraagd: “Zou jij als bekeerling niet meer begrip kunnen opbrengen voor iemands persoonlijke zoektocht?” Het leverde mij meteen een ontvriending voor het leven op. Die rigoureuze stap snapte ik overigens nog minder. Wellicht dat meespeelt dat sommige bekeerlingen al blij zijn dat ze überhaupt God gevonden hebben. Ze houden zich daar met al hun twijfels en in hun niet-begrijpende omgeving maar al te graag aan vast. Dan is het te vroeg om die eerste godsbeelden al weer los te laten of in ieder geval te relativeren en op zoek te blijven naar nieuwe ingevingen van de Geest, opdat God je steeds meer nabij kan komen. Het duurt een tijd voordat er vertrouwen is dat je God niet kwijtraakt als je een eigen weg gaat.

Juist de theoloog kan zich op nieuwe, ongebaande paden begeven, omdat hij zijn basis heeft in iets anders, namelijk in God. Dat was voor mij een van de belangrijkste inzichten van mijn Master-traject Theologie en Religiewetenschappen aan de Radboud Universiteit, waar ik -als derdekans-student- na een tijd in het onderwijs en na het afsluiten van mijn kloostercarrière reflecteerde op katholiek geloven in de moderne samenleving.
De scriptie in dat traject schreef ik onder de begeleiding van Peter Nissen. Die was weliswaar geen hoogleraar bij Theologie, maar ‘slechts’ bij Religiewetenschappen, maar toch niettemin de meest katholieke van hen allen. In alles ademde hij een katholiek leven en denken uit, en de wens om -weliswaar op een andere wijze dan ik voorstelde- wetenschappelijke spiritualiteit en persoonlijke spiritualiteit met elkaar te verbinden. Of hij nu hoogleraar Kerkgeschiedenis, Cultuurgeschiedenis, Spiritualiteit (in mijn scriptietijd) of Oecumenica was, hij was vooral Peter Nissen. Ook media wisten hem altijd te vinden voor een betrokken-kritische analyse van de katholieke kerk in Nederland. Al dacht ik ook daar regelmatig: Moet dat allemaal zo heftig?
In zijn begeleiding was hij heel zacht en weinig dwingend. Misschien stelde hij te veel vertrouwen in mij of wellicht vond hij vooral dat een student zijn weg het beste zelf kan zoeken. Het voordeel is wel dat het uiteindelijke resultaat niet het wetenschappelijke meesterwerk is geworden dat het uiteraard had moeten zijn, maar wel een synthese van mijn tocht door Kerk en theologie op dat moment.

En dat had ik toen in mijn leven nodig. Op de monastieke weg die ik bewandeld had, bekroop me toch regelmatig het idee dat ik God wel degelijk zou verliezen als ik de verkeerde keuze zou maken, als ik een dwarsweg zou inslaan; al was dat met de jaren minder geworden. Peter Nissen ging met zijn eigen monastieke geschiedenis vele malen ontspannener om. Altijd als hij iets over zichzelf vertelde, begon hij over zijn tijd -jaren terug- in Abdij Benedictusberg in Vaals. Hij heeft er maar een paar maanden geleefd en toch kwam het zo vaak ter sprake. In eerste instantie vond ik dat altijd wat vreemd. Waarom na zo’n lange tijd en maar zo’n korte periode werkelijk monnik te zijn geweest, nog altijd ‘teren op die roem’? Sinds ik dit jaar mijn coming out als ex-monnik heb beleefd, kan ik me er meer bij voorstellen. Het heeft nu eenmaal een grote impact als je je als jongeman onderdompelt in het geestelijk leven. Dat wordt een eeuwigdurend merkteken, dat je wel kunt negeren, maar altijd bij je zal blijven. Dat als een kompas je zoektocht door het leven zal begeleiden.

Het monastieke motto van God zoeken kan ook ik niet loslaten. En er is in dat zoeken een vertrouwen gegroeid dat wie oprecht de waarheid blijft zoeken, bij God zal uitkomen. Als ik iets geloof, dan toch wel dit. Ik zeg niet dat Nissen’s terugkeer naar de Katholieke Kerk hiervan het bewijs is. Onze Kerk -hoe geweldig ook- is God niet. Maar zijn stap laat wel zien dat hij in beweging blijft waar het gaat om het geloof, wat de menselijke gevolgen ook zijn. Hij gaat weer, hij kan niet anders. Nissen is daarmee voor mij een voorbeeld om goed in het oog te houden. Daarom vind ik het niet erg door hem te worden gecorrigeerd: “God zoeken is eigenlijk een verkeerde term; het gaat erom steeds meer ontvankelijk voor God te worden.” [2]

Wellicht is het ook waar dat wie reflecteert vanuit zijn eigen ervaring uiteindelijk altijd uitkomt bij anderen die hem zijn voorgegaan. HowCanINotMakeItAboutThem? Zoals Tomas Halik die het God zoeken steeds weer nieuw onder woorden brengt: “Zonder twijfel is de Kerk verplicht te preken, te dopen, de sacramenten te bedienen, uit te delen wat ze al van Christus heeft ontvangen. Tegelijkertijd rust op haar ook de verplichting Christus steeds weer te zoeken. Hem in de ander te zoeken. Hem als een vreemde pelgrim te ontmoeten, zich onophoudelijk te verwonderen over zijn onuitsprekelijke grootheid en onuitputtelijke rijkdom, die in zo veel incognito’s verborgen ligt – we moeten onophoudelijk zijn leerlingen worden.” [3]


[1] Peter Nissen, Van de schoonheid en de troost (620), Facebook 29 december 2021.
[2] Jan-Willem Wits, Peter Nissen over het leven als monnik: ‘Het gaat om wachten op God, je ontvankelijk maken voor zijn liefde en genade’, Nederlands Dagblad 1 oktober 2021.
[3] Tomas Halik, Theater voor Engelen: Het leven als religieus experiment, KokBoekencentrum, 2021, p. 125.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: