Druppelsgewijs

Een kwart eeuw geleden liep ik introductie bij Theologie en Religiewetenschappen in Nijmegen. Bij het Han Fortmann Centrum was een aanbod voor een workshop Schrijvenderwijs dichter bij jezelf komen. Gewapend met brandnetelthee en een zacht muziekje pakten we als introgroepje de pen op om iets over onszelf te ontdekken. Om wellicht onze roeping te ontdekken, die ik echter pas jaren later zou omschrijven als ‘biddend en lerend priesterschap’. Behalve de mooie titel en de afgrijselijke thee kan ik me er nog maar weinig van herinneren. Er is zoveel gebeurd in de jaren tussen toen en nu dat ik heb moeten filteren. Alleen de echt nuttige dingen zijn overgebleven: je kunt met schrijven nieuwe dingen van jezelf ontdekken en koop nooit brandnetelthee.

Dat laatste heb ik overigens alweer weggefilterd. Toen ik een paar jaar geleden in Leuven mijn pastoraatsopleiding afrondde, leerde ik brandnetelthee ‘van d’n Aldi’ kennen en die is heerlijk. Toch blijf ik op mijn hoede voor het spul; niet elke variant is daadwerkelijk lekker. Het blijft een kwestie van proberen en registreren. Zo heb ik de afgelopen tijd ook mijn werkzaamheden als pastoraal werker tegen het licht moeten houden en helaas moeten wegfilteren. Niet helemaal zoals ik het had gehoopt, maar ja, dit soort processen biedt nu eenmaal geen garantie op de door jezelf gewenste uitkomst. Integendeel, wie het leven aangaat, zal altijd ergens anders uitkomen dan oorspronkelijk gepland.

Dat had ik kunnen weten, het had me kunnen weerhouden, maar soms moet je. En dat moeten heb ik nu eenmaal eerder dan veel andere mensen. Ook dat is een kwestie van wat er in je leven is blijven hangen. Voor mij is het een absolute noodzaak geworden dat ik mijn werkzaamheden voor de volle honderd procent kan doen. De tijden dat ik merkte dat ik op halve kracht werkte, haatte ik mezelf en de wereld. Daar word ik niet gelukkig van. Ik denk zelfs dat niemand er echt gelukkig van wordt. Als ik lees hoe veel mensen jarenlang hun eigen enthousiasme wegstoppen, omdat het niet uitkomt. Zo houd je wel je baan, het is een overlevingsstrategie, maar kun je dat ook echt leven noemen? Dat betwijfel ik.

En dus nam ik ontslag, toen ik merkte dat mijn leidinggevende mijn enthousiasme steeds meer beknotte. Dat ben ik wel gewend overigens. De meeste leidinggevenden willen gewoonweg dat het gevraagde werk gedaan wordt. Het liefst zonder al te veel gedoe, voldoende is goed genoeg, een stapje extra zetten levert alleen maar extra risico op. Dat er mensen boven zichzelf willen uitstijgen is alleen maar lastig. Dat er steeds dingen kunnen worden verbeterd, is vooral vermoeiend. Dat ik daarom afgeremd word in mijn enthousiasme is eigenlijk wel standaardpraktijk. Als leraar, als bestuurssecretaris, als vrijwillig bestuurslid, en de afgelopen tijd als pastoraal werker.

Is er dan geen middenweg? Laatst gaf iemand mij het dringende advies om toch vooral te doseren. Maar is dat echt mogelijk? Als ik niet het maximale geef van wat ik op dat moment kan, dan voel ik niet dat ik werk. Dan moet er dus een tandje bij. Bij mijn leerlingen, toen ik docent in het voortgezet onderwijs was, genoot ik ervan als ze buiten de strikte opdracht omgingen. Ik had het idee dat ze dan zelf vlogen. Sommige collega’s vonden dat maar niks, dat hadden ze niet bedoeld met de opdracht, ze moesten gewoon aan de doelen voldoen. Maar is het niet fantastisch als daar nog iets méér gebeurt? Als leerlingen zelfs in een duidelijke opdracht ruimte vinden om zichzelf te ontdekken? Waarom zouden we dat afremmen; als ze daarnaast de doelen kunnen afvinken?

Voor mij waait daar de Geest. Het is zonde om die te blokkeren. In werkelijk en duurzaam wil God zich aan ons mededelen. Die poging zou ik niet moedwillig durven uit te doven; al zal ik het overigens vaak genoeg onwetend hebben gedaan. Ik zie het echter niet als mijn taak om te bepalen wat van God komt en wat niet. Het Leven Zelf filtert uit wat goed is en wat niet goed.

Dus als mensen met enthousiaste plannen komen, ga ik er graag in mee. Ik probeer me door hen te laten aansteken om direct tot actie over te gaan. Helaas hoorde ik de afgelopen tijd vaak, bij mezelf en bij anderen: ‘Nee, dat kan niet.’ ‘Nee, dat wil ik niet hebben.’ ‘Nee, dat gaat niet gebeuren.’ Weg enthousiasme.

Mijn pastoraal werk leek wel het filtraat van alles wat ik in mijn leven gedaan heb. En daar dan alleen het goede van bewaard, het mindere achtergebleven in het filter. Het goede van leraar zijn, van projectleider bij vastgelopen samenwerking, van bestuurssecretaris voor een weinig professionele organisatie, van bestuurslid bij een grote onderwijskoepel, van bestuurslid in politiek en Kerk, met altijd weer conflicten tussen vrijwilligers, van communicatiemedewerker op de universiteit en veel andere plaatsen, van mijn opleidingen in theologie, onderwijs en rechten. Van mijn jarenlange ervaring als voorganger in Oecumenische vieringen. Van alle oefeningen die ik als kleine stotteraar bij logopediste Petra heb moeten doen, en van alle coping-mechanismen die ik me heb aangeleerd. En niet te vergeten van mijn tijden als monnik in contemplatieve kloosters. Al het goede in mijn leven leek samen te vloeien in het pastoraal werk in de parochie. En met een beetje liefdewerk had het zelfs nog beter kunnen zijn.

Helaas heb ik ontslag moeten nemen. En ben ik daarna enkele malen niet aangenomen voor nieuwe plekken. Dus doe ik geen pastoraal werk meer in de parochie. Ik mis het. Het is zo zeer een deel van mij geweest, waarin ik al mijn talenten kon aanwenden. Op zoek naar ander werk lijkt niets me leuk, omdat het allemaal maar een klein druppeltje is van wie ik ben. Natuurlijk kan ik ergens secretaris worden, of leraar, of geestelijk verzorger, als ik zou worden aangenomen, maar ik zie dan maar een slap aftreksel van waar ik daadwerkelijk toe in staat ben. Het lijkt alsof ik werkenderwijs van mezelf af zou dwalen. Misschien snap ik nu wat mijn novicenmeester zei toen ik vijftien jaar geleden uittrad als monnik uit Abdij Lilbosch: ‘Je kunt niet meer terug.’

Toch heb ik dat toen wel gedaan. Ik ging na enkele jaren kloosterleven weer studeren: culturele antropologie en de PABO. Toen kon ik wel degelijk terug, ik moest ook wel, want op dat moment verder als religieus in de Kerk was geen optie. Langzaam, met een bochtje kwam ik echter weer terug bij hetgeen waartoe ik mij diep vanbinnen geroepen weet. Want ja, je kunt niet meer terug, datgene wat je leven is ingedruppeld, is een onderdeel van je geworden. Mijn roeping die in de abdij was uitgekristalliseerd tot een ‘lerend en biddend priesterschap’ bleef me bij, en doet dat tot de dag van vandaag. De invulling echter verschilde steeds, waarbij het soms dichter aansloot en soms minder, al naar gelang de omstandigheden. Maar hij had gelijk: uiteindelijk laat God je niet los en zul je terechtkomen op de plek voor jou bereid.

Mijn nieuwe venster op de wereld

Ook nu zal ik een stapje terug moeten doen om weer vooruit te kunnen. En ook nu ga ik even wat anders studeren. Ik ga mijn (ooit als extra uitdaging opgepakte) opleiding Samenleving, recht en religie aan de KU Leuven afmaken door een scriptie te schrijven en ik ga digitaal wat vakken rechtsgeleerdheid volgen aan een deeltijduniversiteit. Ondertussen kijk ik uit naar werk, dat altijd ergens wel aansluit op mijn roeping, dienstbaar aan spiritualiteit en samenleving. Wellicht dat deze studietijd in de rechtsgeleerdheid mij weer anders laat kijken naar priester zijn, middelaar, voorspreker, advocatus. We zullen zien, want ondertussen zal ik mij proberen open te houden voor het waaien van de Geest, die je kunt detecteren tijdens het drinken van een kopje brandnetelthee, die pijnverlichtend is en goed voor je algemeen welbevinden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: